Inzicht in financiële strategie voorkomt onnodige onzekerheid
23-05-2012
|
|
| Martijn Bos |
Een belegger wil niet alleen goed begrijpen hoe een onderneming haar geld verdient,
maar ook wat de financiële strategie is. Twee vragen die de basis vormen van een
financiële strategie zijn:
- Hoe kredietwaardig wil en kan de onderneming zijn?
- Welke keuzes maakt de onderneming om deze kredietwaardigheid te bereiken,
of te behouden?
De antwoorden op deze vragen bepalen wanneer en hoeveel geld er beschikbaar komt voor de verschillende kapitaalverschaffers. Bijvoorbeeld in de vorm van het aflossen van leningen, het betalen van dividend of het terugkopen van eigen aandelen. Of ze bepalen juist waar kapitaal wordt opgehaald: via bankleningen, obligatie- of aandelenemissies. Deze keuzes hebben vaak grote invloed op de risico’s die de verschillende kapitaalverschaffers lopen. De financiële strategie is dus belangrijk voor zowel de aandeelhouder, als de verschaffer van vreemd vermogen.
Zowel de mogelijkheden om een bepaalde kredietwaardigheid na te streven, als de kosten van die kredietwaardigheid (de hoogte van de rente) zijn bij het bepalen van de financiële strategie factoren van belang. Het lastige is dat toegang tot nieuwe schuld of eigen vermogen nogal kan wisselen door de tijd, en de rentekosten van een bepaalde kredietwaardigheid ook. Het is al decennia bekend dat de markt voor nieuwe bedrijfsobligaties ineens maanden ‘op slot’ kan zitten, en als er al kan worden geleend, dat de betaalde risicopremies een veelvoud kunnen zijn van de oude lening. Er zijn helaas talloze voorbeelden van ondernemingen waarbij de financiële strategie onvoldoende rekening heeft gehouden met veranderingen in de toegang tot vreemd vermogen en de kosten daarvan.
Hoe erg is dat? De financiële strategie kan ingrijpende gevolgen hebben als blijkt dat de onderneming de gewenste kredietwaardigheid niet kan bereiken met alleen het inhouden van winst. Investeringen worden dan eerst ingeperkt, bedrijfsonderdelen worden verkocht, nieuw geld wordt bij de aandeelhouders opgehaald, schuldeisers worden eigenaar, of in een uiterst geval gaat de onderneming failliet. Dit zijn vaak even noodzakelijke als pijnlijke keuzes, niet alleen voor kapitaalverschaffers, maar voor alle stakeholders.
Eumedion heeft voor het tweede achtereenvolgende jaar beursgenoteerde ondernemingen gevraagd hun financiële strategie goed te toelichten in het jaarverslag. Zo kunnen beleggers zelf ook beoordelen wat de risico’s zijn van de financiële strategie. Gelukkig neemt het aantal bedrijven dat zich beperkt tot het noemen van een dividend pay-out ratio hard af.
Veruit het grootste deel van de beursgenoteerde ondernemingen heeft ook gehoor gegeven aan onze oproep om inzicht te geven in de kredietwaardigheid die banken van hen eisen. Dit is belangrijk voor beleggers omdat een bedrijf dat niet meer voldoet aan de vereiste kredietratio’s, een groter risico heeft op escalatie van problemen.
De ondernemingen die het verzoek naast zich neer blijven leggen, zoals bijvoorbeeld Reed Elsevier, bedienen zich nog wel eens van het vaker misbruikte argument van ‘concurrentiegevoelige informatie’ om niet te voldoen aan goede verslaggeving. Als een belegger moet gissen naar de risico’s, wordt het bedrijf al snel minder voor hem waard. Een onderneming voelt dat pas goed wanneer het nieuw kapitaal moet aantrekken: een hogere rente op de nieuwe schuld of meer verwatering bij een aandelenuitgifte. Onnodige onzekerheid is noch in het belang van de onderneming, noch in het belang van de belegger.
Het jaarverslag moet een stakeholder inzicht geven in de financiële strategie en de daaraan gerelateerde risico’s. Aan u, de lezer, de open vraag: Is het tijd voor een boekhoudstandaard die dit inzicht afdwingt?
Martijn Bos


